Uitgelegd: de nieuwe registratiebelasting

Op 1 juni 2018 gaat de nieuwe regeling voor de registratiebelasting in voege. Wat verandert er bij de berekening van de verkooprechten (de vroegere registratierechten) bij de aankoop van een bouwgrond of nieuwbouwwoning?

Het antwoord is eenvoudig; in feite weinig. Bij de aankoop van een bouwgrond blijft in de nieuwe regeling het algemeen tarief van 10% van de aankoopprijs van kracht. Wel verdwijnt hier het abattement voor de koper bij de eerste aankoop.

Ook bij de aankoop van een nieuwbouwwoning waarbij BTW wordt aangerekend op de constructie en verkooprechten op de grondwaarde, blijven de verkooprechten op de grond aan het tarief van 10% berekend worden.

Het principe van meeneembaarheid blijft behouden. Wie vroeger al een woning kocht en nu een nieuwe woning of bouwgrond koopt, kan nog steeds in aanmerking komen voor een verrekening of teruggave van de registratiebelasting.

Wat verandert er dan wel?

De nieuwe regeling houdt een belangrijk verschil in bij de aankoop van een bestaande woning. Daar wordt bij de berekening van de verkooprechten niet langer naar het kadastraal inkomen gekeken. Het zogeheten klein en groot beschrijf is niet langer van tel. Ook de verschillende abattementen verdwijnen. Er komt één tarief in de plaats.

Zo zal je als natuurlijk persoon die nog geen eigendom bezit voortaan 7% verkooprechten betalen op de aankoopprijs van de enige gezinswoning. Er zijn bijkomende verminderingen mogelijk voor een bescheiden woning of voor wie een ingrijpende energetische renovatie plant. In alle andere gevallen geldt ook hier het tarief van 10%. Meer info op www.vlaanderen.be